Bescherming gezinswoning tegen schuldeisers

Algemeen... 

Vanaf 09 juni 2007 is de woning van zelfstandigen beter beschermd tegen inbeslagname door schuldeisers.

Om van deze bescherming te kunnen genieten moet het gaan om de hoofdverblijfplaats van de zelfstandige. In geval men zijn zelfstandige activiteit uitoefent in de woning waar men woont, is een bijkomende voorwaarde dat het beroepsgedeelte minder dan 30% bedraagt van de totale woningomvang.

Om van deze bescherming te kunnen genieten, moet U samen met Uw echtgenoot of partner/medeeigenaar van de woning een 'officiële verklaring' afleggen bij een notaris, waarin U aangeeft dat U van de maatregel gebruik wil maken.

Deze akte wordt overgemaakt aan het lokale hypotheekkantoor.

De bescherming van de gezinswoning geldt enkel voor beroepsschulden, ontstaan na de datum dat de verklaring werd ingeschreven op het hypoteekkantoor. De schulden van voordien en privéschulden komen niet in aanmerking. Ook schulden van strafrechterlijke oorsprong of opzettelijke benadeling worden uitgesloten.

Ook bij een failissement blijft de bescherming gelden.

 

26/03/2009
 

Inhoudingsplicht bij sociale schulden in de bouw

Algemeen... 

Een opdrachtgever die werken, bedoeld in artikel 30bis, van de wet van  27/06/1969,  laat uitvoeren door een aannemer, of een aannemer die dezelfde werken laat uitvoeren door een onderaannemer, zijn, principieel, verplicht een gedeelte van het verschuldigde bedrag in te houden en door te storten aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

  • De opdrachtgevers of de aannemers zijn verplicht bij een betaling 35 % van het bedrag van de factuur zonder BTW in te houden en door te storten aan de RSZ, wanneer zij een betaling uitvoeren voor het geheel of een gedeelte van werken, die bedoeld zijn door artikel 30bis, aan een aannemer/onderaannemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft.

  • Er is sprake van  "sociale schulden" wanneer :
      • de onderneming niet alle vereiste aangiften, tot en met deze met betrekking tot het voorlaatste afgelopen kwartaal, heeft ingediend. en/of

      • de onderneming aan de RSZ een bedrag van meer dan 2.500,00 €, inzake bijdragen, opslagen, verwijlintresten of gerechtskosten, verschuldigd is. en/of

      • de werkgever, die ressorteert onder de bevoegdheid van het paritair comité 124 van het Bouwbedrijf, en die geen bijdragen verschuldigd was in het overeenkomstig kwartaal van het voorgaande jaar, de voorschotten, voorzien in artikel 34bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969, niet correct betaald heeft. en/of

      • de onderneming (al dan niet ingeschreven bij de RSZ als werkgever) die hoofdelijk aansprakelijk gesteld werd in toepassing van § 3 en 4 van artikel 30bis en die de gevorderde bedragen niet betaald heeft binnen de 30 dagen na het verzenden van een aangetekende ingebrekestelling.

 

Vrijstelling van inhoudingen op facturen

 

Indien de onderneming voor de sociale schulden, zoals ze hierboven gedefinieerd zijn, uitstel van betaling bekomen heeft zonder gerechtelijke procedure of bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing waarvan zij de opgelegde termijnen strikt naleeft, is zij vrijgesteld van de inhoudingsplicht ten aanzien van de facturen die zij aanbiedt voor de uitvoering van werken die behoren tot het toepassingsgebied van artikel 30bis.

 Sinds 1 januari 2008 speelt het geen rol meer of de (onder)aannemer al dan niet geregistreerd is. Er moet enkel nog worden nagegaan of de (onder)aannemer op het ogenblik van de betaling van (een gedeelte van) de werken, sociale schulden heeft. Dit kan gebeuren via de raadpleging van een database op de website van de RSZ (www.socialsecurity.be).

In voorkomend geval is de opdrachtgever verplicht 35% van het factuurbedrag (excl. BTW) in te houden en door te storten aan de RSZ.

 

De opdrachtgever die deze inhoudingsplicht niet naleeft, kan geconfronteerd worden met een sanctie. Indien de (onder)aannemer enkel op het moment van de betaling van de factuur door de opdrachtgever sociale schulden had, dan blijft de opdrachtgever gehouden tot maximaal 35% van het factuurbedrag. Indien er daarnaast evenwel ook reeds op het moment van het afsluiten van de aannemingsovereenkomst sociale schulden waren, dan is de opdrachtgever tevens hoofdelijk aansprakelijk voor een bedrag dat kan oplopen tot de totale prijs van de toevertrouwde werken.

 

Naar de toekomst toe zal de opdrachtgever eveneens rekening moeten houden met een bijkomende inhoudingsplicht van 15% in geval de (onder)aannemer fiscale schulden heeft. De database die hiervoor kan geraadpleegd worden is echter nog niet ontwikkeld.

 

 

14/11/2008
 

Echtscheiding - vereffening-verdeling- waardebepaling

Algemeen... 

Echtscheiding – ogenblik van de waardebepaling van de te verdelen goederen.

 

 

Een recent Cassatiearrest (H.V.C., 12/09/2008, Nr. C.07.0394.N), sprak zich uit, over het ogenblik waarop, men zich dient te plaatsen, om de waarde van de verdelen goederen te bepalen.

 

Het Hof is van oordeel dat, door voor de waardebepaling van de onverdeelde goederen, zich op de datum van de ontbinding van het huwelijk te plaatsen, art. 890 B.W. geschonden wordt.

 

 

Krachtens artikel 890 van het Burgerlijk Wetboek, worden, om te beoordelen of er benadeling is geweest, de onverdeelde goederen geschat op hun waarde ten tijde van de verdeling.

 

 

Hieruit volgt dat, bij de verdeling, de waarde van de goederen, die aanvankelijk behoorden tot het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten en op het ogenblik van de verdeling, ingevolge de ontbinding van het stelsel, afhangen van de tussen hen ontstane post-communautaire onverdeeldheid, moet worden bepaald op het ogenblik van de verdeling.

 

De appelrechters oordeelden dat de waarde van de onverdeelde goederen dienden bepaald te worden  op datum van de ontbinding van het huwelijk van de partijen.

 

Het Hof van Cassatie oordeelde dat door te oordelen dat de onverdeelde goederen, in het kader van de verdeling, dienden te  worden gewaardeerd, op datum van de ontbinding van het huwelijk, de appelrechters het artikel 890 van het Burgerlijk Wetboek, schenden .

 

 

12/11/2008
 

DE AFDWINGBAARHEID VAN UW INTELLECTUELE RECHTEN VERHOOGT DRASTISCH

Algemeen... 

Artikel 96 van de Wet betreffende de handelspraktijken, de voorlichting en bescherming van de consument, is sinds 1 december 2007 gewijzigd.

Dit artikel bepaalt thans uitdrukkelijk,  dat de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel ook bevoegd is om inbreuken vast te stellen en de staking te bevelen, van elke inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht, met uitzondering van het auteursrecht, de naburige rechten en het recht van de producenten van databanken.

De uitzonderingen worden voorzien omdat de titularissen van een auteursrecht reeds langer over een stakingsvordering beschikken die uitdrukkelijk staat bepaald in artikel 87 van de Auteurswet van 30juni1994.

Deze wijziging van de Wet op de eerlijke handelspraktijken heeft tot gevolg dat men sinds 1 december 2007, zich ook  tot de kortgedingrechter kan wenden, om de staking te horen uitspreken van een  inbreuk, op een merkenrecht of een octrooirecht.

In 2007 oordeelde het Grondwettelijk Hof dat de vaststelling dat de titularissen van een intellectueel recht inzake tekeningen en modellen zich niet zouden kunnen wenden tot de stakingsrechter daar waar deze mogelijkheid wel voorzien is voor de titularissen van een auteursrecht en een naburig recht en in hoofde van de producenten van databanken, in strijd is met artikelen 9 en 10 van de Grondwet.

Met de wetswijziging per 1 december 2007 heeft men  een einde gemaakt aan deze controverse.

De stakingsrechter is dus bevoegd om een inbreuk vast te stellen op een intellectueel eigendomsrecht.

Naast het bevelen van de stopzetting van de inbreuk kan de stakingsrechter bijkomende maatregelen treffen, zoals het bevelen van het voorleggen van informatie, de terugroeping van goederen uit het handelsverkeer, veroordeling tot de kosten, en de publicatie van de beslissing.

De stakingsrechter kan de gedaagde evenwel niet veroordelen tot een schadevergoeding. Dit behoort tot de bevoegdheid van de Rechter ten gronde.

Wel kan de stakingsrechter, indien het bestaan van een intellectueel eigendomsrecht in België, beschermd door een depot of een inschrijving , wordt ingeroepen ter ondersteuning van eenstakingsvordering of als verweer tegen deze vordering, de nietigheid of het verval uitspreken of eventueel de schrapping van het depot of van de inschrijving in de desbetreffende registers en dit overeenkomstig de bepalingen van de Wet betreffende het betrokken intellectueel eigendomsrecht.

14/05/08

14/05/2008
 

Beslag - indexatie kinderen ten laste

Algemeen... 

Wanneer er kinderen ten laste zijn, is er een beperking van de inbeslagneming van het inkomen. De beslagbare bedragen worden dan  aangepast met de volgende formule, rekening houdend met de prijsindex  van de maand oktober 2007 :
1. 2610 x 106,19/104,32 = 2656,78 EUR
2. 3770 x 106,19/104,32 = 3837,57 EUR
3. 4780 x 106,19/104,32 = 4865,68 EUR

Deze bedragen worden afgerond op de hogere euro als volgt : 2657 EUR, 3838 EUR en 4866 EUR.

Dit heeft uitwerking met ingang van 1 december 2007. De nieuwe bedragen worden van kracht vanaf 1 januari 2008.

25/03/2008
 
Vorige  |1|2|3|4|5|  Volgende
Contacteer mij
RSS feed
 
Advocaat nodig?